Herman van Dam & Michiel Hootsmans
Tot voor kort waren de stukken van de secretarissen en penningmeesters van de 'Hydrobiologische Club' (HC) over de periode 1920 t/m 1950 zoek. In april van 1994 werden ze teruggevonden in een kist, die bij de verhuizing van het DLO-Instituut voor Bos- en Natuuronderzoek tevoorschijn kwam. In dezelfde kist doken ontwerpen op voor een HC erepenning, die echter nooit is uitgereikt.
In 1942 besloot het bestuur van de HC om regelmatig een prijsvraag uit te schrijven en aan de winnaar daarvan een medaille ter beschikking te stellen. Mw. Dr. N.L. Wibaut - Isebree Moens, bestuurslid van de HC en biologe bij de Amsterdamse GGD informeerde daarop bij J. Bronner, hoogleraar bij de Rijksakademie van Beeldende Kunsten, welke kunstenaar geschikt zou zijn om de medaile te ontwerpen. Bronner stelde een van zijn beste oud-leerlingen voor, de beeldhouwer (en Bronner's latere opvolger als hoogleraar) Piet Esser. De kosten voor het ontwerp werden gedragen door mw dr. A. Weber-van Bosse, een bekend en bemiddeld hydrobiologe uit die tijd. Zij was gehuwd met de beroemde prof. dr. M. Weber, verbonden aan het Zoölogisch Museum te Amsterdam. In 1944 had Esser enkele ontwerpen gereed. Het zijn enkele ronde tabletten van ongebakken klei: op de ene helft staan de bovenlichamen van de beide Webers en langs de rand de tekst 'Eerepenning Max Weber # Anna Weber-van Bosse'. Op de andere helft staat een afbeelding van een waterdiertje met als randschrift 'Uitgereikt aan Hydrobiologische Club Amsterdam # Anthonie van Leeuwenhoek Anno 1944'.
In maart 1944 werd een prijsvraag over onderzoek naar voedsel van waterslakken uitgeschreven. Slechts één geïnteresseerde ging aan het werk, maar stopte in 1945. De prijs is daardoor nooit uitgereikt en de ontwerpen van de medaille zijn nooit in brons gegoten. Later zijn de ontwerpen zoek geraakt en in 1993 liet de Nederlandse Vereniging voor Aquatische Ecologie, zoals de Hydrobiologische Club inmiddels heette, door W. van Anraad uit Zierikzee een nieuw ontwerp maken voor een medaille: de huidige Dresscherpenning.
Omdat het NVAE archief bedoeld was voor het bewaren van papier, is op voorstel van de archivaris (Herman van Dam) door het NVAE bestuur in 1997 besloten om de stukken af te staan aan het Koninklijk Penningkabinet. Het museum was hierover zeer verheugd: men heeft daar al een hele verzameling 'Esseriana', waarmee in 1996 een overzichtstentoonstelling van de penningen en beelden van Piet Esser is georganiseerd. Zijn vroege werk is echter nog ondervertegenwoordigd. Aangezien de kunstenaar, die nog leeft, zelf dit vroege werk niet zo mooi lijkt te vinden, is de kans dat het museum stukken uit deze periode aan de collectie kan toevoegen niet zo groot.